22-03-13

Zich verblijden en zich ergeren

 

Carl Jung zou hebben gezegd dat iedereen waar je je eigen aan ergert dat je daar iets kunt van leren.  Je kan dit aanvullen met ‘ als het stopt dat dingen of mensen je ergeren, dan begint er iets aardigs in je eigen boven te komen’.  Over zich verblijden zowel als ergeren zijn er onder andere door mezelf al veel woorden gesproken en geschreven, gevoelens ontstaan, toch maar even de draad van het zich ergeren opnemen. Beide fenomenen, zich ergeren en verblijden zijn een universeel verschijnsel in al wat leeft, meer speciaal in de mens. Met alle nationaliteiten en rassen reeds in contact geweest en van geleerd en mekaar onderling proberen helpen op tal van manieren en altijd weer in tal van facetten de menselijke karaktereigenschappen hebbende beleefd in de veelsoortige relaties die een mens maar kan aangaan, leidt altijd maar weer tot de bevinding dat alles en iedereen een soort eenheid vormt die je voornamelijk positief kan beïnvloede wanneer je dingen en mensen in hun geheel begrijpt en niet al te veel met negatieve gevoelens rondloopt, zelfs al lijken of zijn deze terecht.  Zoals water dat stroomt en overloopt gewoon altijd zijn weg vindt, zo komt eenieder in het dagelijkse bestaan zijn ‘water’, zijn ‘mensen’ tegen die op dit punt van samenkomen van levenslijnen aan de orde zijn.  De wegen langs waar mensen met mekaar  in contact komen, zijn veelvuldig : onze verantwoordelijkheden, de dingen en mensen waartoe we ons aangetrokken voelen, onze gedachten en gevoelens, de omgeving waar we wonen, onze drang naar kennis en inzicht, onze onopgeloste vragen, onvoltooide familieverhalen…voltrekken zich op zichtbare en nauwelijks waarneembare (telepathie, intuitie…)  tot niet waarneembare manieren, vergelijkbaar met de sferen van het bewuste, onderbewuste, onbewuste. 

Van waar komt dat ergeren ?  Deels uit onze instinctieve roots, de strijd om de stoffelijke overleving zit nog altijd in ons gebakken, niet negatief daarom, maar het kan het wel worden.  Aan eten geraken, de seksuele nood en dergelijke, de rivaliteit daarrond.  In een tijd overwegend voldoende bestaansmiddelen zoals voeding en onderdak en zo meer, is er toch nog voldoende waar mensen zich aan ergeren, wie weet omdat ze altijd meer en meer willen, mensen en dingen.  Over de dingen gaan we het niet hebben, je bent een schraper of je bent het niet of ergens een stadium daartussen. Ook ‘mensen’ willen we ‘hebben’…en hoe meer die individuen economisch onafhankelijk zijn, hoe lichter we ze ergens in de archieven van ons verleden proberen klasseren, zonder door te hebben waar het verband met die of die mens gevoelsmatig en symbolisch voor stond, voor staat, zal blijven staan (afhankelijk van afgezwakte of aangegroeide inzichten). We beginnen nooit van nul, nul bestaat niet, je kan er wel dichtbij raken indien je je niet meer ergert, en dan wordt er ‘ruimte’ geboren, innerlijke rust, net als bij de big bang toen er ruimte geboren werd. Teveel druk op een bepaald punt en de situatie ontploft, symbolisch is het dan een wegvluchten uit de zinloosheid.  De fysica bereidde reeds de weg van de chemie in een bepaald opzicht, al kan je ook argumenteren dat beiden al van bij het begin één waren, ja zelfs dat het begin altijd via nieuwe big bang cyclussen geboren wordt, maar dat zou ons te ver afleiden van ons onderwerp, ‘zich ergeren’, alhoewel het er verband mee houdt. Indien je ruimte teveel in beslag genomen wordt of op een manier die je niet zint, begint de strijd om ruimte.  Men zou zich meer de vraag moeten stellen of er wel iets aan de hand is, telkens men zich ergert en nog meer de vraag waarvan de schijnvoorstellingen (niet pejoratief bedoeld) die de aanleiding of aanleidingen vormen voor de ergernis vandaan komen, hoe ze in mekaar zitten. Indien men er tijdens dit proces in slaagt van de inzichten die men in de praktijk daardoor verwerft te koppelen aan het verlangen zoveel mogelijk naar positieve ontwikkelingen te leiden.  Indien je daar niet in slaagt en de negatieve ervaringen cultiveert als besluit en bron van al wat je doet en zegt, verzeil je in een spiraal die moeilijker en moeilijker te doorbreken zal zijn.  We zitten allemaal wel in situaties die beide aspecten kennen en met medelijden met mekaar te hebben gaan we er niet uit raken. Confrontaties aangaan via alle mogelijke nuances van menselijke contact, het kan zowel van uit collegialiteit, vriendschap, liefde en zo meer beginnen en eindigen in het tegenovergestelde indien we niet uitkijken.  De ergernissen uit de kindertijd zijn kinderlijk en we zouden ze langzamerhand moeten ontgroeien, in potentie kunnen we dat want ieder van ons draagt al van in de kindertijd tevens een soort ontwapenend geluk met zich mee.

 


IMG_2030.JPG

 

 

linktip : http://heerlijkoverliefdepennen.skynetblogs.be

"enkele belangrijke notities over liefde"    

 

 

De commentaren zijn gesloten.